Oranje Alarm over
Tot slot nog wat Nederlandse kanttekeningen bij de Nederlands-Italiaanse verhoudingen van de onvolprezen Fokke & Sukke:
![]() | You are viewing Log in Create a LiveJournal Account Learn more | Explore LJ: Life Entertainment Music Culture News & Politics Technology |
Welbeschouwd breng ik mijn leven door in kloosterlijke omstandigheden: het instituut is gevestigd in een voormalig klooster en de ruimte waarin ik dagelijks werk is ingericht als een soort scriptorium met aan weerszijden van het gangpad onze schrijftafels, waar wij weliswaar niet ijverig de Bijbel overpennen maar, als we niet opletten, wel proefschriften van bijbelse omvang voortbrengen...
Vandaar dat ik ook deze keer zal schrijven over een klooster - nu niet in Florence maar nog wel in Toscane, zij het aan de noodwestelijke rand. Lucy, een Engelse collega en vriendin, was jarig en besloot dat te vieren met een uitstapje naar de abdij van La Verna, in de Casentino, een dal in noordoostelijk Toscane. Grote liefde voor dieren
Ik had er nog nooit van gehoord, terwijl het toch ooit onderdak bood aan niemand minder dan de heilige Franciscus van Assisi (voor de liefhebbers: geboren in 1181 of 1182, en overleden in 1226), een van de grootste en beroemdste heiligen uit de geschiedenis van de Kerk - in 1926 noemde de toenmalige Paus hem zelfs de 'alter Christus', de andere Christus. Hij was ook de uitvinder van de kerststal en de heilige wiens feestdag - de vierde oktober - inmiddels bekender is als Werelddierendag. Dat is niet zonder reden, want de heilige Franciscus had een grote liefde voor dieren - bepaald geen gewone zaak in het verleden - noemde ze 'broeder ezel' en 'zuster kip', en naar verluid heeft hij ook een keer gepreekt voor de vogels, in La Verna, die op een keer massaal kwamen opdraven en voor één keer hun snaveltjes hielden om in plaats van hun eigen gekwetter de heilige het Woord te horen verkondigen.
Op die plek hebben ze in 1602 een kapelletje gebouwd, en als je uit het dorp Chiusi della Verna omhoog loopt naar het klooster, kom je daar dus langs. Maar het belangrijkste wonder, zo wil het verhaal, is toch wel de ontvangst van de stigmata in de herfst van 1224, want Sint Franciscus was de eerste heilige die spontaan de lijdenswonden van Christus te verduren kreeg - bloedingen in zijn handen, voeten en in zijn zij.
Het was weliswaar geen pelgrimsstoet ter bedevaart - de twee auto's van onze karavaan met in totaal zeven vrienden-collegae - maar als katholiek jongetje vond ik de heilige Franciscus mede vanwege zijn dierenlievendheid een zeer geschikte vent, en als ik het goed heb was het ook een van de weinige heiligen die na het Vaticaans Concilie nog politiek correct genoeg bevonden werden om door progressieve schoolmeesters als lichtend voorbeeld aangehaald te worden.
Het staat me althans bij dat we op de Sint Jansschool meer over Franciscus hoorden dan bijvoorbeeld over de heilige Bernhard van Clairvaux, een heel geleerd maar ook heel opgewonden standje wiens onverdraagzaamheid jegens andersdenkenden resulteerde in de Tweede Kruistocht tegen de Moslims. Een soort van Geert Wilders dus, maar dan met een aureooltje in plaats van een dode cavia op zijn kop, om Arend-Jan Boekestein te citeren.
Verlicht
Sint Franciscus was uit heel ander hout gesneden. Tegen de tijd dat hij leefde was het wel duidelijk dat die Kruistochten weinig opleverden, maar werd er desalniettemin regelmatig een leger naar het middenoosten gestuurd. Sint Franciscus voer mee naar Egypte, glipte door de linies en preekte voor de Sultan van Egypte, die naar verluid zeer onder de indruk was maar desondanks toch niet van plan was Christen te worden. Sint Franciscus bereikte dan ook weinig, maar hij probeerde het tenminste met woorden in plaats van zwaarden, en dat mag vanuit het standpunt van zijn tijd toch best heel verlicht genoemd worden.
Maar terug naar La Verna. Het duurde wel even voor we waren, want de Casentino ligt niet naast de deur. Toen Franciscus hier neerstreek, was hij op zoek naar afzondering, en tot op de dag van vandaag is de Casentino een spaarzaam bevolkt en afgelegen gebied. Het ligt ook veel hoger - tegen de tijd dat we, na een lunch in Chiusi della Verna, bij de abdij aankwamen hadden we verscheidene lichte sneeuwbuien over ons heen gekregen. En dat terwijl we bij Florence nog met open dak konden rijden.
Boze opzet
De abdij is gebouwd rondom de plekken waar Sint Franciscus verbleef als hij hier in retraite ging. De man nam geen halve maatregelen in zijn strijd tegen het zondige lichaam. Hij sliep in een grot op een ijzeren rooster dat hij als zijn bed beschouwde, liep altijd op blote voeten, droeg een buitengewoon ruwe pij die overigens nog altijd wordt bewaard in de abdijkerk, en was een geestdriftig aanhanger van een hongerdieet, zodat hij bij leven een zeer anorectisch uiterlijk moet hebben vertoond. Hij was, kortom, een fanaticus. Hij werd regelmatig bezocht door visioenen, en meende eenmaal zelfs te worden belaagd door de Duivel, toen hij op een bijzonder steil stuk van de berg was en de Vader van de Zonde hem van de rotswand wilde gooien. Die boze opzet - vermoedelijk in de vorm van een plotselinge harde windvlaag - werd verijdeld doordat de rots terugweek om de heilige zo beschutting te bieden.
Die holte in de rots is uiteraard nu een heilige plek, afgeschermd door een rooster, en de rotswand daar is inderdaad behoorlijk steil - één lid van ons gezelschap kreeg spontaan last van hoogtevrees en zocht onmiddellijk vaster grond onder de voeten. Er was overigens - tussen de sneeuwbuien door - een fantastisch uitzicht over het omringende land.
Spontaan te bloeden
De heiligste plek is wellicht de Capella delle Stimmate, gebouwd op de plek waar Franciscus tijdens een visioen spontaan begon te bloeden uit handen, voeten en zij. Hij was niet de laatste katholieke heilige die de stigmata ontving, maar wel de eerste, en uiteraard is dit onderdeel van Franciscus' leven het meest omstreden. Sceptici zeggen dat het niet anders geweest kan zijn dan een 'vrome fraude', en dat de heilige dus zich zelf die wonden toebracht, terwijl de Kerk stelt dat het om een wonder ging. Hoe dan ook, in 1263 liet een locale graaf op de heilige plek een gedenksteen plaatsen, en rondom die steen is een kapelletje gebouwd. Die steen is er nog, ingebed in de vloer en afgedekt met een glazen plaat. Het was een bijzondere ervaring om daar te staan - niet zozeer vanwege het wonder, waar je van mag denken wat je wilt, maar van de meer dan zeven eeuwen vroomheid waar die gedenksteen, met zijn fraaie middeleeuwse Gothische belettering, na al die tijd nog steeds getuige van is.
Een soortgelijke ervaring had ik toen ik in de abdijkerk stond bij de vitrine waarin de pij van Franciscus wordt bewaard. Natuurlijk dient men altijd op zijn hoede te zijn bij relieken als deze - wellicht is ook dit een 'vrome fraude' - maar toch zag het er buitengewoon authentiek uit, met gerafelde en deels weggevreten randen. De stof van de pij was zo grof en dik dat het heel goed mogelijk is dat het de eeuwen heeft overleefd op deze plek, waar sinds de dood van Franciscus vrijwel altijd leden van zijn orde hebben gewoond. Daar te staan en de pij te beschouwen leek opeens het gewicht van meer dan zeven eeuwen op te heffen en gaf me het gevoel in direct contact te staan met Franciscus en zijn tijd - ik geloof dat men dat de historische sensatie noemt, zoals de grote Nederlandse geschiedschrijver Huizinga heeft beschreven.
Schedel
Ik had iets soortgelijks tijdens mijn bezoeken aan San Domenico in Bologna, waar de schedel van de heilige Dominicus wordt bewaard in een speciaal daarvoor gebouwd altaar. Dominicus was een tijdgenoot van Franciscus, en de authenticiteit van zijn schedel is middels wetenschappelijk onderzoek vastgesteld. Of dat ook geldt voor Franciscus' pij, weet ik niet - mijn reisgids zweeg erover in alle toonaarden - maar voor de historische sensatie van dat moment maakte dat natuurlijk niets uit. Voor de meeste gelovigen trouwens ook niet - als een voorwerp maar lang genoeg vereerd wordt, krijgt het vanzelf een zeker patina, of het nu authentiek is of niet.
La Verna was kortom een bijzondere ervaring, en ik wil er zeker nog eens naar toe. Niet zozeer vanuit religieuze overwegingen overigens. Een leven zoals Franciscus heeft geleefd, vol zondebesef en versterving, totdat de dood erop volgt - volgens sommigen heeft het er alle schijn van dat hij overleed aan de gevolgen van ondervoeding - dat is toch niet zo mijn voorstelling van een lichtend religieus voorbeeld. Naar onze maatstaven was de man in dat opzicht een fanaticus, bevangen door godsdienstwaanzin. Maar Franciscus was in dat opzicht een man van zijn tijd, en in de orde die hij heeft gesticht zijn ook andere, voor ons meer aansprekende idealen vorm gegeven, zoals de eenvoud en de nederigheid die de Franciscanen hebben geprobeerd te betrachten. Ze wilden dichtbij de gewone gelovigen staan, in een tijd waarin de meeste bestaande orden zich ver hielden van de wereld en in zelfgekozen - soms behoorlijk weelderige - afzondering aan de aanbidding Gods wijden.
Wellicht dat wij, promovendi van de EUI, de wetenschap dienend en erend in ons eigen klooster op de berg, eerder te vergelijken zijn met de monniken en nonnen van die beschouwelijke orden dan met die van de Franciscaner orde...
Maar dat is allicht weer een ander verhaal.